Sex differences in subclinical psychotic experiences: The role of daily-life social interactions
Auteurs
Akcaoglu, Z., Myin-Germeys, I., Vaessen, T., Janssens, J. J., Wampers, M., Bamps, E., Lafit, G., Kirtley, O. J., & Achterhof, R. (2024).

Abstract
Achtergrond en Hypothese – Geslachtsverschillen in psychose worden gerapporteerd over het hele psychosespectrum, ook in subklinische stadia. Een belangrijke factor bij het begrijpen van deze variaties is de subjectieve beleving van alledaagse sociale interacties (SI). In deze studie werd onderzocht of het voorkomen van psychotische ervaringen (PE’s) en de daarmee samenhangende stress verschillen tussen mannen en vrouwen. Daarbij werd gefocust op de rol van de kwaliteit van sociale interacties in het dagelijks leven en op de vraag of de relatie tussen SI en PE’s verschilt naar geslacht.
Studieopzet – De studie omvatte adolescenten uit SIGMA, een algemene jongerenpopulatiestudie in Vlaanderen, België (n = 344; gemiddelde leeftijd = 18,7 jaar; 63,4% vrouw). Psychotische ervaringen werden gemeten met de Prodromal Questionnaire-16 (PQ-16). De Experience Sampling Methodology werd gebruikt om sociale interacties in het dagelijks leven te meten. Met behulp van een multilevelmodel en meerdere lineaire regressies werd respectievelijk onderzocht: (1) de relatie tussen geslacht en de kwaliteit van SI, en (2) of PE’s en hun verband met SI-kwaliteit verschillen tussen jonge mannen en vrouwen.
Resultaten – De resultaten van het multilevel lineaire regressiemodel toonden aan dat zowel de prevalentie van PE’s als de daarmee gepaard gaande stress hoger waren bij vrouwen. Er werd geen significant verschil gevonden in de subjectieve kwaliteit van dagelijkse SI. De kwaliteit van sociale interacties hing sterk samen met de aanwezigheid van PE’s. Deze samenhang leek niet te verschillen in termen van prevalentie, maar de stress die vrouwen ervoeren bij PE’s bleek sterker beïnvloed door de kwaliteit van sociale interacties.
Conclusies – De huidige bevindingen benadrukken het belang van de subjectieve kwaliteit van sociale interacties in subklinische psychose. Verder onderzoek is nodig om de mechanismen te ontrafelen waarlangs de kwaliteit van SI verband houdt met PE’s, en om te bepalen of deze processen verschillen tussen jonge mannen en vrouwen.
Referentie
Akcaoglu, Z., Myin-Germeys, I., Vaessen, T., Janssens, J. J., Wampers, M., Bamps, E., Lafit, G., Kirtley, O. J., & Achterhof, R. (2024). Sex differences in subclinical psychotic experiences: The role of daily-life social interactions. Schizophrenia Bulletin.
Taal
Publicatievorm
Tijdschriftartikel
ISBN – DOI
