Identity and Psychosis Risk in Sexual Minority Youth: Temporal Dynamics of Identity and Suspiciousness Through Experience Sampling Methodology

Auteurs

Sageot, M., Myin-Germeys, I., Achterhof, R., Hiekkaranta, A. P., Vansteeland, K., & van Winkel, R. (2025)

 

Abstract

Achtergrond en hypothesen – Jongeren uit een seksuele minderheid lopen een verhoogd risico op het ervaren van psychotische ervaringen, mogelijk als gevolg van identiteitsgerelateerde moeilijkheden. Wij stelden de hypothese dat jongeren uit seksuele minderheden meer identiteitsproblemen zouden rapporteren, en dat deze problemen samenhangen met een verhoogde achterdocht in het dagelijks leven. Daarnaast werd onderzocht of deze verbanden verschillen tussen seksuele minderheids- en heteroseksuele adolescenten.

Onderzoeksopzet – Gegevens uit een Experience Sampling Method (ESM) en vragenlijsten werden verzameld bij 1913 Vlaamse adolescenten (leeftijd 11–20 jaar). Identiteitsfunctioneren werd gemeten met een gevalideerde vragenlijst (Erikson Psychosocial Stage Inventory, EPSI) en via momentane metingen met ESM. Achterdocht werd eveneens beoordeeld via ESM. Multilevel lineaire regressiemodellen testten de intra- en interindividuele verbanden tussen identiteitsfunctioneren en achterdocht, en onderzochten mogelijke moderatie door seksuele minderheidsstatus.

Resultaten – Deelnemers die tot een seksuele minderheid behoorden, rapporteerden significant lagere niveaus van identiteitssynthese, hogere niveaus van identiteitsverwarring en meer momentane identiteitsmoeilijkheden. Op intra-individueel niveau voorspelde een lager momentaan identiteitsfunctioneren een hogere mate van achterdocht, zowel op hetzelfde moment als op latere tijdstippen. Achterdocht voorspelde op haar beurt latere identiteitsmoeilijkheden, wat wijst op een wederkerige relatie. De seksuele minderheidsstatus modereerde deze verbanden: identiteitsverwarring hing sterker samen met achterdocht bij jongeren uit een seksuele minderheid, terwijl identiteitssynthese een beschermend effect vertoonde enkel bij heteroseksuele jongeren.

Conclusie – Identiteitsmoeilijkheden hangen nauw samen met achterdocht bij adolescenten, in het bijzonder bij jongeren uit een seksuele minderheid. De wederkerige relatie wijst op een versterkend proces dat de kwetsbaarheid voor psychotische ervaringen kan vergroten. Deze bevindingen onderstrepen het belang van preventieve interventies die zich richten op identiteitsintegratie tijdens de adolescentie, vooral voor jongeren uit een seksuele minderheid die hun identiteit ontwikkelen binnen een heteronormatieve context.

Background and hypotheses – Sexual minority youth are at increased risk for psychotic experiences, potentially due to identity-related difficulties. We hypothesized that sexual minority youth would report greater identity difficulties, and that these difficulties would be associated with heightened suspiciousness in daily life. Finally, we examined whether these associations differ between sexual minority and heterosexual adolescents.

Study design – Experience Sampling Method (ESM) and questionnaire data were collected from 1913 Flemish adolescents (aged 11-20). Identity functioning was assessed using a validated questionnaire (Erikson Psychosocial Stage Inventory, EPSI) and momentary assessments via ESM. Suspiciousness was also measured through ESM. Multilevel linear regression models tested within- and between-person associations between identity functioning and suspiciousness, and explored moderation by sexual minority status.

Study results – Sexual minority participants reported significantly lower identity synthesis, higher identity confusion, and greater momentary identity difficulties. At the within-person level, lower momentary identity functioning predicted higher suspiciousness both concurrently and at subsequent time points. Suspiciousness also predicted later identity difficulties, indicating a bidirectional relationship. Sexual minority status moderated these effects: Identity confusion was more strongly associated with suspiciousness in sexual minority youth, while identity synthesis appeared protective only in heterosexual youth.

Conclusions – Identity difficulties are closely linked to suspiciousness in adolescents, particularly among sexual minority youth. The bidirectional relationship suggests a reinforcing cycle that may increase vulnerability to psychotic experiences. These findings stress the need for preventive interventions that address identity integration during adolescence, especially for sexual minority adolescents navigating identity development in a heteronormative context.

 

Referentie

Sageot, M., Myin-Germeys, I., Achterhof, R., Hiekkaranta, A. P., Vansteeland, K., & van Winkel, R. (2025). Identity and Psychosis Risk in Sexual Minority Youth: Temporal Dynamics of Identity and Suspiciousness Through Experience Sampling Methodology. Schizophrenia Bulletin
Taal

Engels

 

Publicatievorm

Tijdschriftartikel

ISBN – DOI

https://doi.org/10.1093/schbul/sbaf157