Studie Jongeren en Gezondheid – eindrapport 2021-2024
Auteurs
Dierckens, M., Schrijvers, K., & Deforche, B. (2025).

Abstract
De studie Jongeren en Gezondheid 2021/22 onderzocht de gezondheid en gezondheidsgedragingen van meer dan 20.000 Vlaamse jongeren, evoluties in deze gezondheidsuitkomsten alsook de sociale omgeving waarin jongeren opgroeien. De verkregen inzichten ondersteunen beleidsmakers, wetenschappers en professionals bij het ontwikkelen en bijsturen van gezondheidsbevorderende initiatieven. Naast deze algemene doelstelling lag er ook een bijzondere focus op het mentaal, sociaal en fysiek welzijn van jongeren met als doel om (i) het mentaal, sociaal en fysiek welzijn bij jongeren te monitoren, met extra aandacht voor de positieve aspecten van mentaal welzijn, (ii) risico- en beschermende factoren te identificeren die een invloed hebben op het mentaal, sociaal en fysiek welzijn van jongeren, (iii) ongelijkheid in welzijn te contextualiseren door bronnen van ongelijkheid te analyseren vanuit een uni- en multidimensionaal perspectief en de contextuele factoren in rekening te brengen en (iv) beleidsaanbevelingen te formuleren om het mentaal, sociaal en fysiek welzijn van Vlaamse jongeren te versterken.
De mentale gezondheid van jongeren vertoont zorgwekkende trends. Meer jongeren melden psychologische klachten, zelfmoordgedachten en zelfbeschadigend gedrag. Vooral meisjes, oudere adolescenten, jongeren met een lager opleidingsniveau, LGBTQ+ jongeren en jongeren met een migratieachtergrond zijn kwetsbaarder. Ze rapporteren een lager algemeen mentaal welzijn en een lagere levenstevredenheid. Het sociaal welzijn vertoont een vergelijkbaar patroon, met veel jongeren die zich sociaal of emotioneel geïsoleerd voelen. Fysiek welzijn kent ook negatieve trends, waarbij meisjes en jongeren uit kwetsbare groepen vaker fysieke klachten ervaren.
De ongelijkheden in welzijn zijn complex en sterk verbonden met sociaaleconomische status, gender, leeftijd en migratieachtergrond. Deze factoren versterken de kwetsbaarheid van jongeren. Jongeren met een lagere sociaaleconomische status, LGBTQ+ jongeren en jongeren met een migratieachtergrond worden geconfronteerd met barrières zoals discriminatie en taalproblemen, wat hun welzijn negatief beïnvloedt. Ook maatschappelijke veranderingen spelen een rol. In gendergelijke landen krijgen meisjes meer kansen, maar bijkomende verwachtingen vanuit traditionele genderrollen belasten hun mentaal welzijn, wat de kloof in welzijn tussen jongens en meisjes vergroot. Inkomensongelijkheid blijkt de belangrijkste verklaring voor verschillen tussen landen, waarbij een toenemende inkomensongelijkheid paradoxaal genoeg gepaard ging met een afname van sociale ongelijkheden in mentaal welzijn. Andere factoren, zoals academische druk en sociale media, speelden geen rol. Tot slot blijkt de omgeving van jongeren cruciaal: een ondersteunende gezins- en schoolomgeving verbetert het welzijn, terwijl negatieve factoren zoals gebrekkige communicatie en academische druk schadelijk zijn.
Op het gebied van gezondheidsgedrag is er een lichte afname van ongezonde voedingsgewoonten, zoals minder frisdrank en meer water drinken, al neemt de dagelijkse consumptie van groenten af. De slaapkwaliteit is vaak slecht en de meerderheid van de jongeren haalt de aanbevolen hoeveelheid slaap niet. De fysieke activiteit blijft een uitdaging, met slechts een klein percentage dat voldoende beweegt. Bovendien is er een stijging in het gebruik van e-sigaretten en is gokgedrag en gamen prevalent, in het bijzonder bij jongens. In seksuele gezondheid is er een afname in condoomgebruik bij het eerste seksuele contact, maar het gebruik blijft stabiel bij het laatste seksuele contact. Tegelijkertijd is er een toename in slachtofferschap van seksueel grensoverschrijdend gedrag, vooral bij meisjes en jongeren uit het bso.
De bevindingen op het gebied van welzijn wijzen op de noodzaak van een multidimensionale aanpak, waarbij scholen – naast familie – een cruciale rol kunnen spelen. Scholen kunnen jongeren ondersteunen via welzijnsprogramma’s die gericht zijn op mentaal, sociaal en fysiek welzijn en door een schoolbrede aanpak te hanteren. Een geïntegreerde aanpak die ouders, leerkrachten en andere betrokkenen betrekt, heeft positieve effecten op zowel mentale gezondheid als academische prestaties. Daarnaast moeten beleidsmaatregelen gericht zijn op het verminderen van ongelijkheden, vooral bij kwetsbare groepen zoals meisjes, jongeren met een lagere sociaaleconomische status, LGBTQ+ jongeren en jongeren met een migratieachtergrond. Ook het gezin en de vriendengroep blijken belangrijk te zijn voor het welzijn van jongeren. Interventies gericht op het verbeteren van de gezinsdynamiek en het ondersteunen van sociale netwerken zijn in dit opzicht relevant.
Verder is het aanbevolen dat beleidsmaatregelen gericht zijn op het verbeteren van slaapgewoonten, het verminderen van overmatig schermgebruik, het bevorderen van gezonde voeding en het aanpakken van middelengebruik. Bijzondere aandacht voor jongens is hierbij van belang aangezien zij intensiever gamen, meer middelen gebruiken en vaker ongezonde voedingsgedragingen hebben dan meisjes. Tot slot is het van belang om de seksuele gezondheid van jongeren te bevorderen, onder meer door het stimuleren van veilig vrijen, respect, gendergelijkheid en communicatievaardigheden. Het blijvend monitoren van jongerenwelzijn is essentieel om de effectiviteit van beleid te evalueren en toekomstige aanbevelingen te doen.
Referentie
Dierckens, M., Schrijvers, K., & Deforche, B. (2025). Studie Jongeren en Gezondheid : eindrapport 2021-2024. https://doi.org/10.13140/RG.2.2.12604.14729
Taal
Nederlands
Onderzoekrapport
